NKdeE wiki

 

Commentaren op de Toespraak

Page history last edited by Anonymous 3 yrs ago

Commentaren

 

#

1. Ontstaansgeschiedenis van het Corpore Chiastico Tournante

1.1. Giordano Bruno

 

 

1.1.

 

Er is voor het eerst Gewag van het Corpore in een aantekening die dv maakte tijdens de lezing van de inleiding op De Gli Eroici Furori in de tweetalige editie daarvan bij Les Belles Letres, 1999, ISBN 2-251-34451-9. In die inleiding, van de hand van Miguel Angel Granada, wordt een poging ondernomen om de eenheid in het werk van deze veelzijdige Italiaanse filosoof en dichter te kenschetsen en de ‘Eroici Furori’ daarin te plaatsen. Het citaat hieronder verduidelijkt de plaats die het werk ‘De la causa, principio e uno’ daarin inneemt, een werk dat dv las in de overigens uitstekende vertaling van Richard J. Blackwell (Cambridge University Press 1998, ISBN 0-521-59658):

 

“Par la suite le De la causa, principio e uno établissait le fondement ontologique de la cosmologie infinitiste de Bruno : l’unité de la substance infinie, qui permet de rejeter comme une illusion infantile la crainte de la mort qui – à partir de la conception aristotelicienne erronée de la substance comme composé hylémorphique (1) individuel, sujet de la génération et de la corruption – avait servi de base à l’erreur chrétienne, au triomphe historique de la foi dans le Christ comme voie unique et garant unique du triomphe sur la mort. Face á cela, la philosophie « non teme la morte ma aspetta la mutazione»(2). Le De la causa faisait aussi converger les degrés de l’être ou hypostases ontologiques (Dieu, intelligence, âme, corps, matière) dans une unique réalité ontologique homogène et uniforme : la nature infinie animée, effet nécessaire de l’infinie puissance active divine qui, dans la nature, ex-plique (immanence divine à l’univers infini) ce qui en elle-même est com-pliqué (transcendence ou plutôt priorité conceptuelle de la divinité comme cause. L´univers infini était, en somme, le veritable portrait et statue de Dieu, la production unigenita qui récupérait son caractère d’authentique et unique Verbe divin . » [op. cit. XLVII-XLVIII]

 

 

Bruno’s kritiek op de hylemorphische ontogenese is uiteraard een belangwekkend actueel thema, zie bv. bij Simondon [http://multitudes.samizdat.net/Temps-et-individuation-technique.html] wiens werk verder werd opgenomen door Deleuze, en heden ten dage geeft Alain Badiou daar wel een heel rare draai aan, maar dat is voorlopig slechts een aandachtspunt, ik zit nog effie vast aan Bruno. Waarom nu haal ik dat nogal uitvoerige citaat hier aan? Wel, ik doe dat in de wellicht ijdele hoop dat U, als lezer, eenzelfde rhytmische beweging van uw gedachten zou kunnen waarnemen, een rhytmiek die bv bij de rustig in de trein lezende dv de aanleiding was tot het volkladden van een gelijnd A6-je. We zullen die gedachtenrhytmiek in het volgende puntje van onze Commentaren op de Toespraak trachten te ontwarren, los te weken uit hun gevatheid, ze als het ware te re-dynamiseren.

 

Zulk een ontwarringstactiek leidt ons wellicht tot het wezen van het Rafelige denken, een kennistheoretisch model dat verderbouwt op procedurale inzichten van Deleuze en Whitehead, de meer historisch-psychologiserende schizo-analyse van [Eugene W. Holland] rond de figuur van Baudelaire alsmede een klein maar intens lichtgevend straaltje Heraclitus en dat we willen uitbouwen tot een heuse Theorie van de Kathedraalbouw.

 

Dit overigens geheel terzijde, het gaat hier tenslotte slechts om enkele commentaren bij een al bij al nogal warrige Toespraak. Wat hier wel terzake doet, is de zichzelf met glans bewijzende stelling dat een lezing van oude teksten als die van Bruno helemaal niet zo absurd is als het menigeen zal lijken: geconfronteerd met een menselijke geest in werking, de tekst als running code, kunnen we vaststellen dat het aantal bewegingen die die code/geest/machine kan maken in weze tamelijk beperkt is, en dat, los van enige vooruitgangsgedachte of eschatologisch verlangingsproces – het lezen om het einde te halen, de gelezen materie frontaal of anaal te ‘pakken’, de werking van de ene dik bestofte tekst geplooid kan worden op een nieuwe actuele en actualiserende beweging. Het is nu eenmaal zo, liefste schermpijltjesdans genererende handpalmvullertjes, dat de filosofie, net zomin als de kunst, erop uit is het ‘nieuwe’ op aarde te bewerkstelligen, maar eerder de fictieve huiselijkheid van het bestaande wil opendwingen voor het Onnoemelijke, Dat Wat Gebeurt en Waar Wij Geen Weg Mee Weten.

 

Het gaat ´m, en ja hoor, ook haar, in feite om niets minder dan verlossing, maar dat is dan weeral een eschatologische reductie, een ingeslopen negativiteit die we, terdege post-vanalles gericht op het hier en nu als we zijn, kunnen missen als kiespijn, en, als dat niet helpt, onze tanden.

 


Noten:

(1) Hylemorfisme : aristoteliaanse leer die zegt dat de stoffelijke substanties zijn samengesteld uit twee pricipes: de materia prima of oerstof (Gr. Hulè –stof), die onbepaald is maar de aanleg bezit om iedere bepaling te ontvangen, en de forma substantialis of zelfstandigheidsvorm (Gr. Morphè –vorm), die als bepalende vorm samen met de oerstof de materiele substantie uitmaken. Er is tegenwoordig, in het spoor van wat ik zou noemen bepaalde reductionalistische beheersbaarheidsoptimismen, sprake van een neo-hylemorfisme, ik moet daar hoegenaamd niet van weten.[bron verkl. >Encyclopedie van de filosofie –Elsevier 1979 – ISBN 90-1001725-7]

(2) ´(die) niet de dood vreest maar de mutatie verwacht´ (dv)

Comments (0)

You don't have permission to comment on this page.